ECLI:NL:CRVB:2014:744
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende financiële onderbouwing
Appellant vroeg bijstand aan met terugwerkende kracht vanaf 15 juni 2010. Het college wees de aanvraag af wegens onvoldoende duidelijkheid over zijn financiële situatie na die datum. Appellant stelde dat hij tot november 2010 door zijn ex-echtgenote werd onderhouden, maar daarna niet meer. Hij overhandigde een leenovereenkomst en bankafschriften.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de financiële ondersteuning na november 2010 was gestopt en dat er sprake was van een reële terugbetalingsverplichting. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en benadrukt dat appellant onvoldoende objectieve gegevens heeft verstrekt om zijn stellingen te onderbouwen.
De leenovereenkomst impliceert geen concrete terugbetalingsverplichting omdat deze afhankelijk is gesteld van een onzekere toekomstige gebeurtenis. De Raad concludeert dat appellant niet heeft voldaan aan zijn inlichtingenplicht, waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Het subsidiaire standpunt over aanvullende bijstand bij samenwoning behoeft geen bespreking. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing van de financiële situatie na november 2010.