ECLI:NL:CRVB:2014:747
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening uitkering burger-oorlogsslachtoffen 1940-1945
Appellant, geboren in 1940 in Nederlands-Indië, vroeg in 2009 en opnieuw in 2011 om een uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). De eerste aanvraag werd afgewezen omdat niet was komen vast te staan dat appellant gebeurtenissen had meegemaakt die onder de Wubo vallen. Bij de tweede aanvraag voerde appellant een verklaring van zijn broer aan die aanwezig was bij beschietingen tijdens de Bersiap-periode en stelde dat appellant ook aanwezig was.
Verweerder wees het verzoek af wegens onvoldoende bevestiging buiten de eigen verklaring van appellant. De Raad oordeelde dat de verklaring van de broer onvoldoende overtuigend was omdat er geen andere objectieve gegevens waren die de aanwezigheid van appellant bij de beschietingen konden bevestigen. Ook werd meegewogen dat appellant dit niet eerder had gemeld en dat de broer appellant niet als getuige of lotgenoot had genoemd.
De Raad benadrukte dat de eigen verklaring van een betrokkene zonder ondersteunend bewijs onvoldoende is om de gestelde gebeurtenissen als vaststaand te aanvaarden. Het feit dat de broer wel een uitkering kreeg, leidde niet tot een ander oordeel omdat er geen sprake was van gelijke gevallen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het herzieningsverzoek op grond van de Wubo wordt ongegrond verklaard.