ECLI:NL:CRVB:2014:754
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij bijstandsuitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster had een bijstandsuitkering aangevraagd die door het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer werd afgewezen omdat haar kosten door derden werden betaald en zij beschikte over gezamenlijke rekeningen met haar ex-partner. Na bezwaar verklaarde het college dit besluit ongegrond omdat niet was gebleken van een concrete terugbetalingsverplichting aan haar ouders.
De rechtbank verklaarde het beroep van verzoekster ongegrond. Verzoekster stelde hoger beroep in en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om bijstand toe te kennen over de periode van 6 september 2012 tot 4 januari 2013.
De voorzieningenrechter oordeelde dat geen spoedeisend belang bestond voor het treffen van een voorlopige voorziening. Verzoekster beschikte sinds april 2013 over een inkomen boven bijstandsniveau en de leningen van haar ouders waren niet eerder opeisbaar dan eind 2014. Er waren geen aanwijzingen voor financiële nood of een ander spoedeisend belang. Daarom werd het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.