ECLI:NL:CRVB:2014:78

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 januari 2014
Publicatiedatum
17 januari 2014
Zaaknummer
13-528 WWB-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55, vijfde lid, AwbArtikel 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond wegens afwezigheid van verzuim bij griffierechtbetaling

Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zutphen, maar de Centrale Raad van Beroep had dit beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht. Appellant stelde verzet in tegen deze beslissing.

Bij de behandeling van het verzet bleek dat appellant niet in verzuim was geweest met betrekking tot de betaling van het griffierecht. Dit leidde tot de conclusie dat het eerdere besluit van niet-ontvankelijkheid onterecht was genomen.

De Raad verklaarde het verzet gegrond, waardoor de uitspraak van 16 juli 2013 verviel en het onderzoek werd voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd aan appellant.

De uitspraak werd gedaan door T.G.M. Simons, in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven, op 17 januari 2014.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het niet-ontvankelijkheidsbesluit wordt vernietigd.

Uitspraak

Datum uitspraak: 17 januari 2014
13/528 WWB-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 19 december 2012, 12/824 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant]te [woonplaats] (appellant)
het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Veluwerand

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 16 juli 2013 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 16 juli 2013 heeft appellant verzet gedaan.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 16 juli 2013 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 21 maart 2013 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
In verzet is gebleken dat appellant niet in verzuim is geweest. Het verzet is daarom gegrond.
Dit betekent dat de uitspraak van de Raad van 16 juli 2013 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van
D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
17 januari 2014.
(getekend) T.G.M. Simons
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven

NW