ECLI:NL:CRVB:2014:784
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar terugvordering bijstand wegens onvoldoende bewijs verzending
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand, die met ingang van 1 april 2011 werd beëindigd vanwege toekenning van AOW-pensioen. Het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort vorderde bij besluit van 26 januari 2011 een bedrag van €3.474,68 terug wegens teveel betaalde bijstand in de periode juli-september 2010. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit op 17 augustus 2011. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond. Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat het besluit van 26 januari 2011 pas op 12 augustus 2011 aan hem bekend was gemaakt, en dat het college onvoldoende bewijs leverde van daadwerkelijke verzending. De Raad oordeelde dat het college niet aannemelijk had gemaakt dat het besluit daadwerkelijk was verzonden, omdat het besluit wel een besluitdatum maar geen verzenddatum bevatte en er geen bewijs was van verzending naar appellant.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit, verklaarde het hoger beroep gegrond en droeg het college op opnieuw op het bezwaar te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het terugvorderingsbesluit is tijdig ingediend; het college moet opnieuw op het bezwaar beslissen.