ECLI:NL:CRVB:2014:796
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- G.M.G. Hink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens schending inlichtingenverplichting over verblijfplaatsen
Appellant diende op 18 april 2011 een aanvraag om bijstand in en gaf aan geen vaste woon- of verblijfplaats te hebben, verblijvend bij zijn broer en vrienden. Hij vulde zevendagenformulieren in, maar liet meerdere dagen oningevuld. Na een onderzoek door een handhavingsspecialist, inclusief huisbezoeken en gesprekken met bewoners en appellant, concludeerde het college dat appellant niet volledig en juist zijn verblijfplaatsen had opgegeven.
Het college wees de aanvraag bij besluit van 21 juni 2011 af vanwege schending van de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij wel op de opgegeven adressen verbleef en dat het onderzoek onzorgvuldig was. Tevens verzocht hij om schadevergoeding.
De Raad oordeelde dat controleerbare gegevens over verblijfplaatsen essentieel zijn voor bijstand en dat appellant gehouden was volledige en juiste opgave te doen. Het onvolledig invullen van formulieren en het ontbreken van opgave over meerdere nachten leidde tot onduidelijkheid. Het college had voldoende onderzoek verricht. De schending van de inlichtingenplicht maakte het recht op bijstand niet vaststelbaar, waardoor de afwijzing terecht was. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van appellant wordt afgewezen vanwege schending van de inlichtingenplicht over verblijfplaatsen.