ECLI:NL:CRVB:2014:812
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet verstrekken gevraagde gegevens
Appellant ontving vanaf oktober 2011 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). De gemeente Amsterdam voerde een onderzoek uit naar de rechtmatigheid van de bijstand en verzocht appellant meerdere keren om op kantoor te verschijnen met een identiteitsbewijs en bankafschriften van de afgelopen drie maanden. Appellant verscheen niet en gaf geen bericht van verhindering.
Hierop schortte het college de bijstand op en trok deze vervolgens met terugwerkende kracht per 6 februari 2012 in. Appellant maakte bezwaar tegen deze intrekking, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard door het college en bevestigd door de rechtbank.
Appellant voerde aan dat hij vanwege een intensieve cursus niet op de oproep kon reageren en dat de hersteltermijn te kort was. De Raad oordeelde dat appellant verwijtbaar heeft gehandeld door niet tijdig te reageren of om uitstel te vragen, aangezien hij de oproepen waarschijnlijk niet heeft gelezen en daardoor de kans miste om de DWI te informeren over zijn afwezigheid.
De Raad concludeerde dat het verzuim niet was hersteld en dat de intrekking op grond van artikel 54, vierde lid, WWB terecht was. De overige beroepsgronden bleven onbesproken. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd wegens het niet verstrekken van gevraagde gegevens binnen de gestelde termijn.