ECLI:NL:CRVB:2014:835
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- G.M.G. Hink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende gegevens en terugvordering voorschotten
Appellante ontving sinds 2006 bijstand en vroeg in maart 2011 bijstand naar de norm voor gehuwden aan. Het college van burgemeester en wethouders van Roermond verzocht meerdere malen om nadere financiële gegevens, waaronder bankafschriften van betrokkene.
Na een onderzoek door de sociale recherche en een verhoor concludeerde het college dat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld vanwege onvoldoende gegevens. De aanvraag werd afgewezen en verstrekte voorschotten werden teruggevorderd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat zij voldoende gegevens had verstrekt. De Raad oordeelde echter dat de ontbrekende bankafschriften en onvoldoende concrete verklaringen over kasstortingen onvoldoende waren om het recht op bijstand vast te stellen. Hierdoor was sprake van schending van de inlichtingenverplichting.
De Raad bevestigde de afwijzing van de aanvraag en de terugvordering van voorschotten, en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen wegens onvoldoende gegevens en de terugvordering van voorschotten wordt bevestigd.