ECLI:NL:CRVB:2014:839
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Geen erkenning als burger-oorlogsslachtoffer volgens Wubo
Appellant, geboren in 1939 in Nederlands-Indië, vroeg in 2011 erkenning aan als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Verweerder wees de aanvraag in 2012 af en handhaafde dit besluit na bezwaar.
De Raad beoordeelde of appellant gebeurtenissen had meegemaakt die onder de Wubo vallen. Hoewel het gezin na de Japanse capitulatie werd lastiggevallen en een radio werd meegenomen, was appellant hier geen directe getuige van en was er geen sprake van levensbedreigend geweld. De vlucht uit voorzorg werd niet als een gebeurtenis in de zin van de Wubo aangemerkt.
Ook het verblijf in een geallieerd opvangkamp waar beschietingen plaatsvonden, leidde niet tot erkenning omdat appellant niet rechtstreeks gewond raakte of geconfronteerd werd met verwondingen of overlijden van naasten. De Raad verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de weigering van erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wordt bevestigd.