ECLI:NL:CRVB:2014:852
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting bij autotransacties
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) van augustus 2009 tot april 2011. Uit onderzoek bleek dat appellant gedurende die periode vijf kentekens op zijn naam had, wat niet bekend was bij de commissie. De commissie trok de bijstand over bepaalde perioden in en vorderde de kosten terug wegens het niet melden van autotransacties.
Appellant voerde aan dat het om vriendendiensten ging en dat hij geen financieel voordeel behaalde, maar kon dit niet aannemelijk maken. De Raad stelde vast dat appellant zijn inlichtingenverplichting had geschonden door de commissie niet te informeren over de transacties, wat een rechtsgrond vormt voor intrekking van bijstand als het recht daarop niet kan worden vastgesteld.
Omdat appellant geen administratie bijhield en onvoldoende bewijs leverde, kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak van de rechtbank Breda en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.