ECLI:NL:CRVB:2014:853
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende gegevensverstrekking
Appellant had van 2001 tot 2010 bijstand ontvangen en diende in 2011 een nieuwe aanvraag in die door het college buiten behandeling werd gesteld vanwege onvoldoende informatie. Een tweede aanvraag in september 2011 werd door het college afgewezen omdat appellant niet de benodigde gegevens verstrekte om zijn recht op bijstand vast te stellen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde. Hij stelde dat hij geen inkomen of vermogen had en dat hij met zijn bedrijf geen activiteiten had verricht. Hij voerde aan dat hij in september 2011 de benodigde gegevens had verstrekt en dat zijn levensonderhoud werd verzorgd door vrienden en familie via geldleningen zonder schriftelijke overeenkomsten.
De Raad oordeelde dat de bewijslast bij appellant lag om met objectieve en verifieerbare gegevens aan te tonen hoe hij in zijn noodzakelijke kosten voorzag. Appellant had echter geen volledige bankafschriften of boekhouding van zijn vennootschap overgelegd en de schuldverklaringen waren achteraf opgesteld en onvoldoende onderbouwd. Het college had terecht het besluit genomen de aanvraag af te wijzen wegens schending van de inlichtingenverplichting. De belangenafweging van appellant werd niet gevolgd omdat de WWB daarvoor geen ruimte biedt.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende gegevensverstrekking.