ECLI:NL:CRVB:2014:865
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.E. Bakker
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als callcentermedewerkster, meldde zich ziek met rug-, knie- en psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van medische onderzoeken en een functionele mogelijkhedenlijst vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen recht had op uitkering.
Na bezwaar en aanvullend onderzoek bevestigde het UWV dit oordeel, waarbij werd vastgesteld dat appellante geschikt was voor verschillende functies, waaronder productiemedewerker industrie, snackbereider en archiefmedewerker. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat de medische rapporten zorgvuldig waren en dat er geen aanwijzingen waren voor een urenbeperking.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, met name over de onderschatting van haar psychische beperkingen en de geschiktheid van de functies schadecorrespondent en snackbereider. De Raad volgde het oordeel van de rechtbank en het UWV, oordeelde dat de medische rapporten juist waren en bevestigde dat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt verworpen; appellante heeft minder dan 35% arbeidsongeschiktheid en geen recht op WIA-uitkering.