ECLI:NL:CRVB:2014:877
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet tijdig betalen griffierecht
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet tijdig was betaald binnen de gestelde termijn van vier weken na aangetekende brief. Appellante maakte hiertegen verzet bekend.
De Raad overwoog dat hoewel het griffierecht aanvankelijk niet tijdig was voldaan, appellante dit alsnog heeft betaald nadat de Raad haar daartoe in de gelegenheid had gesteld. Gezien deze bijzondere omstandigheden werd het verzet gegrond verklaard, de eerdere niet-ontvankelijkverklaring vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.
Er werd geen veroordeling in de proceskosten van het verzet opgelegd aan appellante. De uitspraak werd gedaan door rechter T.G.M. Simons in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven op 14 maart 2014.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet tijdige betaling van griffierecht is gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet.