ECLI:NL:CRVB:2014:89
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- E.C.R. Schut
- M.F. Wagner
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant diende op 10 december 2009 een aanvraag om bijstand in op grond van de WWB. Deze aanvraag werd aanvankelijk buiten behandeling gesteld omdat appellant niet verscheen voor een gesprek en noodzakelijke gegevens ontbraken. Na bezwaar werd het college verplicht de aanvraag alsnog in behandeling te nemen.
Appellant werd vervolgens uitgenodigd voor gesprekken in augustus 2011, maar verscheen zonder bericht van verhindering niet. Het college wees daarom de aanvraag af wegens schending van de inlichtingenverplichting, omdat het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld zonder noodzakelijke informatie over verblijfplaats en financiële situatie.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende duidelijkheid gaf over zijn situatie en niet aan zijn medewerkingsplicht voldeed. Verzoeken tot vergoeding van schade en dwangsommen werden afgewezen. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 21 januari 2014.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand is terecht afgewezen wegens schending van de inlichtingenverplichting door appellant.