ECLI:NL:CRVB:2014:894
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar geen WIA-uitkering toe te kennen, omdat zij per 4 maart 2011 minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de functionele mogelijkhedenlijst correct was ingevuld.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren en stelde dat haar beperkingen onvoldoende waren meegewogen, met name de ernstige beperking van haar linkerarm en de daaruit voortvloeiende stress. Zij verzocht tevens om benoeming van een onafhankelijke deskundige.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante geen nieuwe objectieve medische stukken had aangeleverd die tot een ander oordeel konden leiden. Het medisch onderzoek was toereikend gemotiveerd en er was geen aanleiding voor een urenbeperking. Ook zag de Raad geen reden om een deskundige te benoemen vanwege het ontbreken van twijfel aan de juistheid van het onderzoek.
Daarom werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.