ECLI:NL:CRVB:2014:903
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- E.C.R. Schut
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens niet nakomen inlichtingenverplichting ondanks drie oproepen
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB sinds januari 2011. Na een anonieme melding dat appellant zwart werkte en samenwoonde, startte de gemeente Rotterdam een onderzoek en nodigde appellant driemaal uit voor gesprekken om bankafschriften en andere informatie te verstrekken. Appellant verscheen niet op deze gesprekken en gaf geen bericht van verhindering.
Het college van burgemeester en wethouders trok daarom de bijstand per 20 juli 2011 in. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij vanwege een verblijf in Suriname wegens ziekte van zijn opa en zijn gemoedstoestand niet op de uitnodigingen kon reageren.
De Raad oordeelde dat appellant het college niet vooraf had geïnformeerd over zijn verblijf in het buitenland, wat redelijkerwijs wel had moeten gebeuren. Zijn persoonlijke omstandigheden werden niet met medische stukken onderbouwd. Hierdoor kon het college niet vaststellen of appellant recht op bijstand had. De intrekking werd daarom bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd vanwege het niet nakomen van de inlichtingenverplichting.