ECLI:NL:CRVB:2014:922
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- E.C.R. Schut
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende medewerking aan huisbezoek
Appellante had een bijstandsaanvraag ingediend met ingang van 25 april 2012. Naar aanleiding van een fraudemelding startte het college een onderzoek naar haar woon- en leefsituatie. Tijdens een gesprek en aansluitend huisbezoek op 13 juni 2012 weigerde appellante toegang te verlenen tot een afgesloten kast/bergruimte, wat het college aanleiding gaf om haar medewerking als onvoldoende te beoordelen.
Het college wees de aanvraag bij besluit van 19 juni 2012 af, gehandhaafd na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat er geen redelijke grond was voor het huisbezoek, maar de Raad oordeelde dat de combinatie van de beëindigde relatie met haar ex-vriend en het feit dat diens autorijschool nog op haar adres stond, voldoende aanleiding vormde.
De Raad stelde dat het college terecht inzage mocht verlangen in de kast/bergruimte en dat het voor rekening van appellante kwam dat zij geen sleutel had of een alternatief bood. Hierdoor kon het recht op bijstand niet adequaat worden vastgesteld. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende medewerking aan het huisbezoek.