Uitspraak
OVERWEGINGEN
16 februari 2012.
Centrale Raad van Beroep
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om de bescheiden schaalregeling niet langer op hem toe te passen. Dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn, die niet verschoonbaar werd geacht.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, stellende dat appellant niet had betwist dat het bezwaar te laat was ingediend en dat hij bij onduidelijkheid over het besluit navraag had kunnen doen bij het college. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij nadelige gevolgen ondervond van de maatregel, maar dit leidde niet tot een ander oordeel.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.