ECLI:NL:CRVB:2014:942
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV inzake een WAJONG-uitkering. Tijdens de procedure heeft het UWV op 29 oktober 2013 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen, waarbij het geheel tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellant. Hierdoor heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
De Centrale Raad van Beroep heeft op verzoek van appellant het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van bezwaar, beroep en hoger beroep. De proceskosten zijn begroot op een totaalbedrag van € 2.946,-, bestaande uit kosten voor rechtsbijstand in bezwaar, beroep en hoger beroep, alsmede reiskosten.
De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het verzoek tot proceskostenveroordeling toegewezen. Voor het betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het UWV wenden. De uitspraak is gedaan op 21 maart 2014 door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van € 2.946,- aan appellant als proceskostenvergoeding.