ECLI:NL:CRVB:2014:945
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.E. Bakker
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Weigering WAO-uitkering wegens vermeende onvoldoende toename klachten binnen vijf jaar
Betrokkene stopte in 1997 met werken vanwege rug- en psychische klachten en kreeg een WAO-uitkering die in 2005 werd ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd geacht. Na een verzoek om medische herkeuring in 2010 concludeerde de verzekeringsarts dat er geen toename van beperkingen binnen vijf jaar was, waarna het UWV een weigering van hernieuwde uitkering uitvaardigde.
De bezwaarverzekeringsarts stelde later vast dat er wel sprake was van toegenomen beperkingen door artrose en een nieuwe heupoperatie, maar dat dit niet leidde tot een relevante toename van arbeidsongeschiktheid. De rechtbank oordeelde echter dat de medische onderbouwing voor de rugklachten ondeugdelijk was en dat nader onderzoek nodig was, mede vanwege onvoldoende motivering en het ontbreken van een medische uitleg over de relatie tussen heup- en rugklachten.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dat de rechtbank terecht oordeelde dat de medische grondslag ondeugdelijk was voor de rugklachten, maar verwierp het hoger beroep van betrokkene. Het hoger beroep van het UWV over psychische klachten slaagde wel, omdat daarvoor geen aanwijzingen voor nadere beoordeling waren. De Raad draagt het UWV op binnen acht weken het gebrek in het bezwaarbesluit te herstellen.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het bezwaarbesluit te herzien wegens ondeugdelijke medische motivering omtrent rugklachten.