ECLI:NL:CRVB:2014:95
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen verlaging bijstand wegens termijnoverschrijding
Appellant ontving bijstand als alleenstaande en kreeg bij besluit van 10 februari 2012 een verlaging van zijn bijstand met 100% voor een maand opgelegd. Het college verklaarde het bezwaar tegen dit besluit niet-ontvankelijk omdat het bezwaarschrift te laat was ingediend, zonder dat appellant een verschoonbare reden kon aanvoeren.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij op 14 maart 2012 mondeling bezwaar had gemaakt bij het Meldpunt Preventie Huisuitzettingen, binnen de termijn. De Raad oordeelde echter dat bezwaar uitsluitend schriftelijk kan worden gemaakt en dat het afsprakenformulier van het Meldpunt geen schriftelijk of voorlopig bezwaarschrift vormt.
De Raad concludeerde dat appellant niet tijdig bezwaar heeft gemaakt en dat zijn omstandigheden geen verschoonbare termijnoverschrijding opleveren. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de verlaging van bijstand is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van het bezwaarschrift zonder verschoonbare reden.