Uitspraak
OVERWEGINGEN
19 juni 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX1134) houdt in dat de wettelijke bevoegdheid van een bestuursorgaan om onverschuldigd betaalde uitkeringen terug te vorderen, in de tijd wordt beperkt indien het bestuursorgaan geen, onvoldoende of niet tijdig actie heeft ondernomen op een verkregen, voldoende concreet signaal van de betrokkene dat (mogelijk) te veel of ten onrechte uitkering wordt verstrekt en het bedrag van de ten onrechte verleende uitkering onnodig is opgelopen. Na een dergelijk signaal van de betrokkene heeft het bestuursorgaan nog zes maanden om tot actie over te gaan. Over de periode gelegen na die zes maanden kan geen gebruik meer worden gemaakt van de bevoegdheid tot terugvordering zonder in strijd te komen met het zorgvuldigheidsbeginsel.