Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2014:962

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
25 februari 2014
Publicatiedatum
25 maart 2014
Zaaknummer
12-3735 WWB-PV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 35, eerste lid, WWBArt. 4:84 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering bijzondere bijstand voor vervanging gasfornuis en lamellen

Appellante heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van vervanging van een gasfornuis en lamellen ter waarde van €649,-. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft deze aanvraag afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank Amsterdam heeft het beroep van appellante tegen dit besluit eveneens ongegrond verklaard.

De kosten van woninginrichting en duurzame gebruiksgoederen worden beschouwd als incidenteel voorkomende algemene noodzakelijke kosten die in principe uit het inkomen moeten worden betaald, hetzij door reservering, hetzij door gespreide betaling. Bijzondere bijstand wordt alleen toegekend indien bijzondere omstandigheden aantonen dat betaling uit het reguliere inkomen niet mogelijk is.

Appellante heeft geen bijzondere omstandigheden aangevoerd waaruit blijkt dat zij niet kon reserveren voor deze kosten. Het feit dat zij van een bijstandsuitkering moet rondkomen, wordt niet als bijzondere omstandigheid beschouwd. De Werkvoorschriften WWB van de gemeente Amsterdam, die een nadere invulling geven aan het begrip bijzondere omstandigheden, bevatten geen situatie die op appellante van toepassing is.

De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom het bestreden besluit en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijzondere bijstand wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.

Uitspraak

12/3735 WWB-PV
Datum uitspraak: 25 februari 2014
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 24 mei 2012, 12/176 WWB (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)
Zitting heeft: J.P.M. Zeijen als voorzitter van de enkelvoudige kamer
Griffier: G.J. van Gendt
Ter zitting is verschenen: mr. D. Ahmed, vertegenwoordiger van het college.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
Namens appellante heeft [betrokkene] op 13 september 2011 bijzondere bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) aangevraagd voor de kosten van vervanging van een gasfornuis en lamellen tot een bedrag van € 649,-. Het college heeft deze aanvraag bij besluit van
5 oktober 2011 afgewezen.
Het college heeft bij besluit van 30 november 2011 (bestreden besluit) het bezwaar van appellante tegen het besluit van 5 oktober 2011 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
De kosten van woninginrichting en duurzame gebruiksgoederen, zoals hier aan de orde, behoren tot de incidenteel voorkomende algemene noodzakelijke kosten van het bestaan. De kosten dienen in beginsel te worden bestreden uit het inkomen van de betrokkene hetzij door middel van reservering, hetzij door middel van gespreide betaling achteraf. Voor die kosten wordt alleen bijzondere bijstand verleend indien de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden die ertoe leiden dat die kosten niet uit het inkomen op het niveau van de algemene bijstand en de aanwezig draagkracht kunnen worden voldaan.
In geschil is de vraag of de in geding zijnde kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden en met name of appellante de mogelijkheid heeft gehad te reserveren voor deze kosten.
Zoals de rechtbank terecht heeft overwegen heeft appellante geen bijzondere omstandigheden aangevoerd op grond waarvan aangenomen moet worden dat zij niet heeft kunnen reserveren voor de gevraagde kosten. Dat appellante van een bijstandsuitkering moet rondkomen levert niet een dergelijke bijzondere omstandigheid op.
De door het college gehanteerde Werkvoorschriften WWB van de gemeente Amsterdam is een nadere uitwerking van het begrip bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de WWB. In paragraaf 9.5.9.3 worden enkele bijzondere situaties omschreven. Niet in geschil is dat de situatie van appellante daar niet onder valt. Met die constatering kon het college volstaan. Het college heeft immers, in overeenstemming met artikel 35, eerste lid, van de WWB, bezien of in de situatie van appellante (anderszins) sprake is van uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende kosten van het bestaan. De beroepsgrond van appellant dat de rechtbank had moeten beoordelen of het college met toepassing van artikel 4:84 van Pro de Algemene wet bestuursrecht van de Werkvoorschriften WWB had behoren af te wijken, treft daarom geen doel.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(get.) G.J. van Gendt (get.) J.P.M. Zeijen
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep

HD