ECLI:NL:CRVB:2014:965
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. de Korte
- W.F. Claessens
- G.M.G. Hink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens niet tijdige uitbetaling AOW-pensioen
Appellanten ontvingen vanaf juli 2006 een AOW-pensioen voor alleenstaanden na hun scheiding. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) herzag bij besluiten van 8 februari 2011 het pensioen met ingang van juli 2009 naar een samenwonendenpensioen. Na bezwaar verklaarde de Svb deze besluiten op 16 en 20 juni 2011 gegrond en betaalde nabetalingen met wettelijke rente over februari tot mei 2011.
Appellant verzocht vervolgens om een aanvullende schadevergoeding van €23.000 wegens inkomensverlies door het niet tijdig ontvangen pensioen, wat hem dwong aandelen met verlies te verkopen en opties duurder aan te kopen. De Svb wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond.
In hoger beroep beperkte de Centrale Raad van Beroep zich tot de vraag of de aanvullende schadevergoeding terecht werd afgewezen. De Raad oordeelde dat de wettelijke rente die reeds was toegekend conform artikel 6:119 BW Pro de schadevergoeding voor vertraging dekt. Hierdoor bestaat geen grond voor een zelfstandige vergoeding van de gevorderde €23.000.
De Raad bevestigde het bestreden vonnis en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De afwijzing van de schadevergoeding van €23.000 wordt bevestigd omdat wettelijke rente reeds als vergoeding is toegekend.