ECLI:NL:CRVB:2014:968
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WIA-uitkering na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant, laatst werkzaam als steriflow operator, ontving sinds 2006 een WIA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. In 2010 vroeg hij een IVA-uitkering aan omdat hij meende volledig en duurzaam arbeidsongeschikt te zijn. Het UWV trok in 2011 de WIA-uitkering in en verklaarde het bezwaar ongegrond, gebaseerd op een medische beoordeling met een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en een arbeidskundige beoordeling die stelde dat appellant geschikt was voor bepaalde functies met slechts 2% verlies aan verdiencapaciteit.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordelend dat de medische en arbeidskundige gronden deugdelijk waren en dat er geen aanwijzingen waren voor onzorgvuldigheid of onvolledigheid in het onderzoek. Appellant stelde in hoger beroep dat het besluit onvoldoende was onderbouwd en dat een onafhankelijk psychiater benoemd had moeten worden.
De Raad volgde de rechtbank en vond geen reden om de medische beperkingen in de FML van juni 2011 te betwijfelen. De bezwaarverzekeringsarts had de beperkingen overtuigend gemotiveerd, mede op basis van psychiatrische rapporten. Ook de arbeidskundige onderbouwing werd als toereikend beoordeeld. Er werd geen aanleiding gezien voor aanvullend deskundigenonderzoek. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WIA-uitkering wegens een deugdelijke medische en arbeidskundige beoordeling.