ECLI:NL:CRVB:2014:98
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Geen recht op bijzondere bijstand voor kosten beschermingsbewind vóór aanvraagdatum
Appellanten vroegen bijzondere bijstand aan voor kosten van beschermingsbewind over de periode juni tot en met december 2010, maar dienden de aanvraag pas in juni 2011. Het dagelijks bestuur wees de aanvraag af wegens niet-tijdige indiening, wat door de rechtbank werd bevestigd.
In hoger beroep stelde de Raad vast dat volgens vaste rechtspraak geen recht bestaat op bijzondere bijstand voor kosten die vóór de aanvraagdatum zijn gemaakt, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. In deze zaak waren geen bijzondere omstandigheden aanwezig; de factuur dateerde van december 2010 en er was geen beletsel om eerder een aanvraag in te dienen.
Het beleid van het dagelijks bestuur, neergelegd in beleidsregel 31, staat toe dat aanvragen tot en met de tweede maand van het kalenderjaar volgend op het jaar van kosten worden ingediend. Dit beleid is buitenwettelijk begunstigend en werd consistent toegepast. De Raad verwierp het beroep wegens rechtsongelijkheid, omdat de WWB gedecentraliseerd wordt uitgevoerd en verschillen in beleid mogelijk zijn.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aanvraag bijzondere bijstand voor kosten vóór de aanvraagdatum blijft geweigerd.