ECLI:NL:CRVB:2007:BA6875
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- A.B.J. van der Ham
- L.H. Waller
- Rechtspraak.nl
Weigering bijzondere bijstand met terugwerkende kracht voor kosten rechtsbijstand
Appellante diende een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor kosten van rechtsbijstand en griffierecht die in september 2003 zijn gemaakt, maar de aanvraag werd pas in maart 2004 ingediend. Het College wees de aanvraag af omdat bijstand niet met terugwerkende kracht wordt toegekend, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het tijdstip waarop de kosten zijn ontstaan bepalend is en niet het moment van de facturering. De enkele omstandigheid dat de hoogte van de kosten vooraf niet bekend was, vormt geen reden voor een uitzondering op de hoofdregel. Appellante kon geen bijzondere omstandigheden aantonen die een terugwerkende toekenning rechtvaardigen.
De Raad bevestigde daarom het besluit van het College en de uitspraak van de rechtbank Groningen. Tevens wees de Raad het verzoek om schadevergoeding en proceskosten af. Hiermee blijft de weigering van bijzondere bijstand met terugwerkende kracht in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijzondere bijstand met terugwerkende kracht wegens te late aanvraag zonder bijzondere omstandigheden.