ECLI:NL:CRVB:2014:985
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling garantiedagloonregeling bij vaststelling WW-dagloon na eerdere Ziektewetuitkering
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van zijn dagloon door het UWV bij toekenning van een WW-uitkering, waarbij hij stelde dat het dagloon hoger moest zijn vanwege een eerdere Ziektewetuitkering met een hoger dagloon.
De rechtbank had het beroep van het UWV gegrond verklaard en het bezwaar vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten omdat het UWV een deugdelijke onderbouwing had gegeven. In hoger beroep betoogde appellant dat het Ziektewetdagloon als basis voor de garantiedagloonregeling moest gelden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de garantiedagloonregeling uit artikel 17 van Pro het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen (BDW) alleen het WW-dagloon als referentie kent en niet het Ziektewetdagloon. De regeling is bedoeld om nadelige gevolgen van werkhervatting te voorkomen door het oude WW-dagloon te garanderen. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.