ECLI:NL:CRVB:2015:1025
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wuv- en Wubo-aanvraag wegens onvoldoende bewijs vervolging en oorlogsgeweld
Appellant, geboren in 1943 uit een gemengd huwelijk met een joodse vader, diende in juni 2012 aanvragen in op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv) en de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Verweerder wees deze aanvragen af omdat niet aannemelijk was dat appellant vervolging had ondergaan of was getroffen door oorlogsgeweld.
De Raad overwoog dat appellant niet ondergedoken was in de kraamkliniek Spes Viva, maar daar wegens ziekte verbleef en ook langere tijd thuis was. Het verblijf in de kraamkliniek en het feit dat zijn oudere zus niet ondergedoken was, maken onderduik niet aannemelijk. Verder was er geen bewijs van bijzondere oorlogsomstandigheden die gelijkstelling met vervolgden rechtvaardigen.
Voor de Wubo-aanvraag was eveneens onvoldoende aangetoond dat appellant door oorlogsgeweld was getroffen. De Raad concludeerde dat de bestreden besluiten terecht zijn genomen en verklaarde de beroepen ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de afwijzing van de Wuv- en Wubo-aanvragen gehandhaafd.