Uitspraak
OVERWEGINGEN
De Raad oordeelt als volgt.
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker heeft bij brief van 10 april 2013 verzocht om herziening van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 28 maart 2012 betreffende een afwijzing van een WAO-uitkering. Het verzoek werd behandeld op zitting op 27 februari 2015, waarbij verzoeker niet verscheen.
De Raad overweegt dat op grond van artikel 8:119 Awb Pro een herzieningsverzoek slechts mogelijk is indien nieuwe feiten of omstandigheden vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, deze niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn bij de indiener, en indien deze feiten tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. Tevens stelt de Raad dat een verzoek om herziening in het belang van de rechtseenheid niet onredelijk laat mag worden ingediend, doorgaans binnen één jaar na bekendwording van de nieuwe feiten of na openbaarmaking van de uitspraak.
In deze zaak zijn de medische verklaringen die als nova zijn aangevoerd van vóór de oorspronkelijke uitspraakdatum en is niet gesteld of gebleken dat verzoeker deze minder dan een jaar voor het verzoek heeft ontdekt. Daarom is het verzoek onredelijk laat ingediend en wordt het niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijke termijnoverschrijding.