ECLI:NL:CRVB:2015:1082
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen terugwerkende kracht bijstand wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) met een gewenste ingangsdatum in november 2011. Het college wees de aanvraag af en kende bijstand toe vanaf augustus 2012, zonder terugwerkende kracht. Appellant stelde dat zijn toenmalige leef- en woonomstandigheden bijzondere omstandigheden vormden die een eerdere toekenning rechtvaardigden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat geen bijzondere omstandigheden waren vastgesteld die een eerdere ingangsdatum rechtvaardigden. Appellant ging hiertegen in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de beoordeling van de eerdere afwijzing in een aparte procedure is behandeld en onherroepelijk is geworden.
Verder bleek uit de stukken dat appellant tussen januari en augustus 2012 geen contact had met het college of UWV over een nieuwe aanvraag. De enkele verwijzing naar moeilijke leefomstandigheden was onvoldoende om bijzondere omstandigheden aan te nemen. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere beslissing tot toekenning van bijstand zonder terugwerkende kracht wordt bevestigd.