ECLI:NL:CRVB:2015:1084
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens onjuiste opgave gewerkte uren
Appellant ontving vanaf november 2007 bijstand en verrichtte parttime schoonmaakwerk sinds juni 2009. Het college stelde een onderzoek in naar de rechtmatigheid van de bijstand, waarbij werd vastgesteld dat appellant meer uren werkte dan opgegeven.
Op basis van dit onderzoek trok het college de bijstand per 1 november 2012 in en vorderde de kosten van bijstand over de periode tot eind februari 2013 terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij werkzaamheden voor zichzelf verrichtte buiten de opgegeven uren, maar dit werd onvoldoende onderbouwd. Ook het bezwaar tegen terugvordering over februari 2013 faalde, omdat bijstand per kalendermaand wordt vastgesteld en appellant niet aannemelijk maakte recht te hebben op bijstand vanaf 13 februari.
De Raad concludeerde dat het college terecht de bijstand introk en terugvorderde en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens onjuiste opgave van gewerkte uren.