ECLI:NL:CRVB:2015:1088
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering vergoeding sporttandem op grond van Wmo
Betrokkene, die blind en doof is, vroeg een vergoeding aan voor een sporttandem met trapondersteuning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De aanvraag werd aanvankelijk afgewezen, waarna betrokkene bezwaar maakte. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en kende een persoonsgebonden budget (pgb) toe van €5.200,- voor de aanschaf van de tandem.
Appellant, het college van burgemeester en wethouders van Ermelo, ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en stelde dat de rechtbank ten onrechte zelf in de zaak had voorzien, waardoor de bestuurlijke afweging buiten beschouwing was gelaten. De Raad stelde vast dat appellant bij besluit van 19 mei 2014 alsnog een financiële tegemoetkoming van €4.120,27 voor aanschaf en onderhoud van de tandem had toegekend, zonder eigen bijdrage voor een periode van drie jaar.
De Raad oordeelde dat het hoger beroep van appellant slaagt omdat hij in de gelegenheid had moeten worden gesteld zijn zienswijze te geven over de toepassing van de Wmo. Omdat betrokkene geen beroep had ingesteld tegen het nieuwe besluit, kon hij zich verenigen met het toegekende bedrag. De Raad verklaarde het beroep tegen het besluit van 19 mei 2014 ongegrond en vernietigde de eerdere uitspraak van de rechtbank, behoudens de bepalingen over griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 19 mei 2014 wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.