ECLI:NL:CRVB:2015:109
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering per 31 juli 2012 te herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25-35%. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat zijn psychische stoornis tot zwaardere beperkingen leidt dan door de verzekeringsarts was vastgesteld, onderbouwd met een rapport van een psychiatrische instelling.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de gronden van appellant in hoger beroep grotendeels een herhaling zijn van eerdere stellingen die door de rechtbank terecht zijn verworpen. De medische beoordeling is gebaseerd op een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) die is opgesteld na een psychiatrisch rapport en bevat beperkingen voor psychisch belastende activiteiten. Het rapport van de sociaal psychiatrisch verpleegkundige leidt niet tot een ander oordeel over de beperkingen op de relevante datum.
Daarnaast is ook de arbeidskundige beoordeling deugdelijk, waarbij de voorgestelde functies aansluiten bij de beperkingen in de FML. Gezien deze overwegingen slaagt het hoger beroep niet en wordt de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot herziening van de WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 25-35%.