ECLI:NL:CRVB:2015:1091
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Appellante heeft verzocht om herziening van haar WAO-uitkering op grond van vermeende toegenomen klachten na 29 september 2008. Het UWV heeft dit verzoek afgewezen en de rechtbank Rotterdam heeft dit besluit bevestigd. In hoger beroep heeft appellante aanvullende medische stukken overgelegd, waaronder fysiotherapieafspraken en verwijsbrieven voor revalidatie en GGZ.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het verzoek om herziening betrekking heeft op de periode vanaf 29 maart 2012 en niet op 29 september 2008, waarover reeds een onherroepelijke beslissing bestaat. De medische rapporten en de Functionele Mogelijkhedenlijst van april 2012 zijn voldoende onderbouwd en geven een juiste weergave van de beperkingen van appellante.
De arbeidsdeskundige heeft vastgesteld dat de geselecteerde passende functies binnen de belastbaarheid van appellante vallen. De door appellante overgelegde aanvullende stukken leiden niet tot een ander oordeel. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd, maar het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot herziening van de WAO-uitkering bevestigd.