ECLI:NL:CRVB:2015:1100
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor arbeid na medische beoordeling
Appellant, laatstelijk werkzaam als onderhoudsmonteur, ontving een Ziektewetuitkering vanwege een operatie aan zijn rechterpols en psychische klachten. Op 24 augustus 2012 concludeerde een verzekeringsarts dat appellant vanaf 31 augustus 2012 weer geschikt was voor zijn arbeid, waarna het UWV de uitkering beëindigde.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat werd afgewezen op basis van een rapport van een verzekeringsarts bezwaar en beroep. De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij het medisch onderzoek en de conclusies van de verzekeringsartsen als zorgvuldig en onderbouwd beoordeelde.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn psychische klachten onvoldoende waren meegewogen, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat appellant geen nieuwe medische gegevens had aangeleverd die een ander oordeel zouden rechtvaardigen. De Raad bevestigde daarom het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank.
Er werd geen aanleiding gezien voor nader onderzoek door een externe deskundige en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De Ziektewetuitkering is daarmee terecht beëindigd per 31 augustus 2012.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellant is terecht per 31 augustus 2012 beëindigd wegens geschiktheid voor zijn arbeid.