ECLI:NL:CRVB:2015:1117
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WGA-loonaanvullingsuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, werkzaam als archiefmedewerker, viel in 2005 uit wegens psychische klachten en ontving vanaf 2007 een WIA-uitkering. Na een herbeoordeling in 2012 concludeerde een verzekeringsarts dat appellant beperkingen heeft, vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Een arbeidsdeskundige stelde vast dat appellant niet geschikt is voor zijn eigen werk, maar wel voor vijf andere functies, waarop het UWV besloot de WGA-loonaanvullingsuitkering te beëindigen.
Appellant stelde bezwaar tegen het besluit, onder meer vanwege onvoldoende informatie uit de behandelende sector en onjuiste inschatting van beperkingen, met name vanwege zijn genderidentiteitsstoornis. Het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was en dat de beperkingen onderschat waren. Hij overlegde aanvullende medische informatie van diverse zorgverleners.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, dat de beperkingen in de FML niet onderschat waren en dat de geschiktheid van de functies voldoende was aangetoond. De aanvullende medische informatie was niet relevant voor de datum van het onderzoek. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en bevestigde de beëindiging van de uitkering. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Beëindiging WGA-loonaanvullingsuitkering bevestigd en verzoek om schadevergoeding afgewezen.