ECLI:NL:CRVB:2015:1118
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als huishoudelijke hulp en receptionist/telefonist, viel uit wegens fysieke en psychische klachten. Na medisch onderzoek en arbeidsdeskundig rapport concludeerde het UWV dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg, waardoor zij geen recht had op een WIA-uitkering.
Appellante maakte bezwaar en stelde dat haar beperkingen groter waren en dat haar medische situatie verslechterd was. Na aanvullend onderzoek en aangepaste functionele mogelijkhedenlijst bleef het UWV bij haar standpunt dat haar arbeidsongeschiktheid onder de 35% bleef.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad vond dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen en geschiktheid voor functies voldoende waren vastgesteld. De toekenning van een latere WGA-uitkering veranderde hier niets aan.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit op een deugdelijke medische grondslag berust en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.