ECLI:NL:CRVB:2015:112
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na bedrijfsongeval
Appellant was werkzaam als machine-operator en viel uit op 30 oktober 2009 door rug- en psychische klachten na een bedrijfsongeval. Het UWV stelde bij besluit van 27 oktober 2011 vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en dus geen recht had op een WIA-uitkering. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 10 februari 2012 werd afgewezen op basis van medische en arbeidskundige rapporten.
De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Zij vond geen aanleiding om te twijfelen aan de medische beoordeling van de verzekeringsarts die onder meer rekening hield met een posttraumatische stressstoornis (PTSS) en chronische aspecifieke klachten. Ook de arbeidsdeskundige had toegelicht dat appellant geschikt was voor gangbare arbeid binnen zijn beperkingen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij ernstiger beperkt was dan aangenomen, ondanks het ontbreken van psychiatrische behandeling op de datum in geding. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en oordeelde dat appellant geen nieuwe medische informatie had ingebracht die zijn standpunt ondersteunde. De enkele verstrekking van een Ziektewetuitkering maakte de eerdere vaststelling van beperkingen niet onjuist.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen wordt bevestigd.