ECLI:NL:CRVB:2015:113
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens ontbreken toegenomen beperkingen
Appellant, wegens hartklachten arbeidsongeschikt sinds 2005, verzocht meerdere malen om een WIA-uitkering. Het Uwv stelde vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en dat er geen sprake was van toegenomen beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de medische rapporten geen aanwijzingen bevatten voor een verslechtering van de gezondheidstoestand.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het Uwv onvoldoende zorgvuldig onderzoek had verricht en dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was, of in ieder geval toegenomen arbeidsongeschikt. Hij verzocht tevens om benoeming van een psychiatrisch deskundige. De Raad stelde vast dat de rechtbank de gronden van appellant afdoende had besproken en dat er geen aanwijzingen waren voor een onzorgvuldig onderzoek.
De medische rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en aanvullende medische informatie ondersteunden het oordeel dat er geen sprake was van toegenomen beperkingen. De Raad verwierp het verzoek om een deskundige en concludeerde dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering per 24 maart 2011. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht op een WIA-uitkering wegens het ontbreken van toegenomen beperkingen.