ECLI:NL:CRVB:2015:1195
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering bijstand wegens onvoldoende duidelijkheid over woon- en leefsituatie
Appellante diende op 23 oktober 2012 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees deze aanvraag af omdat appellante de inlichtingenverplichting schond door niet duidelijk te maken waar zij daadwerkelijk verbleef. Hoewel zij een huurcontract overlegde voor een adres waar zij tijdelijk niet kon verblijven, kon zij de naam en het adres van de vriendin bij wie zij feitelijk verbleef niet opgeven.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond omdat zij onvoldoende aannemelijk had gemaakt waar zij verbleef en daarmee onvoldoende duidelijkheid had verschaft over haar woonsituatie. Ook in hoger beroep slaagde appellante er niet in controleerbare en verifieerbare gegevens te verstrekken over haar verblijfplaats in de relevante periode van 27 september tot en met 3 december 2012.
De Raad oordeelde dat de schending van de inlichtingenverplichting ertoe leidde dat niet kon worden vastgesteld of appellante recht had op bijstand. De door appellante aangevoerde argumenten, waaronder het alsnog overleggen van verklaringen en het betwisten van vragen over haar bedrijf, konden aan de rechtmatigheid van het besluit niets afdoen. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van bijstand bevestigd wegens onvoldoende duidelijkheid over de woon- en leefsituatie.