ECLI:NL:CRVB:2015:1196
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bijzondere omstandigheden bij terugwerkende bijstandverlening
Appellante vroeg bijstand aan met ingang van 1 augustus 2012, maar het college verleende bijstand pas vanaf 21 augustus 2012, de datum waarop zij zich meldde voor de aanvraag. Het bezwaar tegen deze beslissing werd ongegrond verklaard door het college en de rechtbank. In hoger beroep stelde appellante dat het college geen duidelijk beleid heeft over bijzondere omstandigheden die bijstand met terugwerkende kracht rechtvaardigen, wat strijdig zou zijn met het rechtszekerheids- en gelijkheidsbeginsel.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college niet verplicht is om beleid te ontwikkelen over de beoordeling van bijzondere omstandigheden. De beoordeling vindt plaats aan de hand van de specifieke feiten van het geval, waardoor vooraf geen uitputtende omschrijving mogelijk is. De Raad verwees naar eerdere rechtspraak waarin bijzondere omstandigheden zijn aangenomen die terugwerkende bijstand rechtvaardigen.
Het hoger beroep faalde en de eerdere uitspraak werd bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door mr. Y.J. Klik in aanwezigheid van griffier C. Moustaine op 14 april 2015.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd dat bijstand niet met terugwerkende kracht wordt verleend zonder bijzondere omstandigheden.