ECLI:NL:CRVB:2015:1198
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens niet overeenkomend woonadres in GBA
Appellant ontving sinds maart 2012 bijstand en verhuisde in juli 2012 naar een nieuw adres, waarop hij in de GBA werd ingeschreven. Later meldde de verhuurder dat appellant niet langer daar verbleef, waarna een onderzoek volgde. Appellant verklaarde op een ander adres te wonen, maar had dit adres nog niet officieel doorgegeven aan de gemeente. Pas eind november 2012 deed hij formeel aangifte van adreswijziging, maar de benodigde toestemmingsverklaring van de huidige bewoner was nog niet ontvangen door de gemeente.
Het college schortte daarom de bijstand op en trok deze later in per 1 november 2012 wegens de afwijking tussen het feitelijke woonadres en het adres in de GBA. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat hij tijdig de adreswijziging had doorgegeven en dat de gemeente onvoldoende bewijs had voor de intrekking.
De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de adreswijziging tijdig en correct was verwerkt in de GBA. De afwijking bestond nog op het moment van opschorting en intrekking. Daarom kon de intrekking van de bijstand in stand blijven. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand blijft in stand wegens het niet tijdig aanpassen van het adres in de GBA.