Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2015:1217

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 maart 2015
Publicatiedatum
15 april 2015
Zaaknummer
14-3188 AKW-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:88 AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:119 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring verzoek om herziening sociale zekerheidsuitspraak afgewezen

Verzoeker heeft een verzoek om herziening van een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep ingediend, maar dit verzoek werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was betaald en de gronden niet binnen de gestelde termijn waren ingediend.

In het verzet gaf verzoeker aan dat hij het griffierecht per aangetekende brief contant had betaald en dat hij bereid was het griffierecht alsnog te voldoen. De Raad stelde echter vast dat geen bewijs van betaling of ontvangst van een dergelijke brief was ontvangen en dat verzoeker geen feiten of omstandigheden had aangevoerd die konden aantonen dat hij niet in verzuim was geweest.

De Raad oordeelde dat het wettelijke stelsel geen ruimte biedt om een nieuwe termijn voor betaling van het griffierecht te gunnen. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet-betaling van griffierecht en niet-tijdige indiening van gronden.

Uitspraak

Datum uitspraak: 24 maart 2015
14/3188 AKW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, in verbinding met artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 21 mei 2012, 11/2158
Partijen:
[verzoeker] te [woonplaats], Marokko (verzoeker)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank
Zitting heeft: T.G.M. Simons
Griffier: D.W.M. Kaldenhoven
Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 in Pro verbinding met artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 31 oktober 2014 heeft de Raad het verzoek om herziening van verzoeker niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald en de gronden van het verzoek niet binnen de gestelde termijn zijn ingediend.
In het verzetschrift heeft verzoeker aangegeven dat hij het griffierecht per aangetekende brief contant heeft betaald en dat hij bereid is het griffierecht nogmaals te betalen.
De Raad is van oordeel dat verzoeker in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest. Een brief van verzoeker waarbij het bedrag van het griffierecht zou zijn ingesloten is bij de Raad niet ontvangen. Verzoeker heeft de aangetekende verzending niet met bewijsstukken onderbouwd. Het wettelijke stelsel biedt geen ruimte om verzoeker een nieuwe termijn voor de betaling van het griffierecht te gunnen.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) D.W.M. Kaldenhoven (getekend) T.G.M. Simons
IvR

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),
statue:
Déclare le recours non fondé.
Par conséquent, décidée par T.G.M. Simons en présence de D.W.M. Kaldenhoven en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 24 mars 2015.