ECLI:NL:CRVB:2015:1251
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bijstand toegekend over periode september tot november 2012 wegens onvoldoende bewijs college
Appellant diende op 14 september 2012 een aanvraag om bijstand in, die door het college werd afgewezen omdat appellant een beroep kon doen op een voorliggende voorziening. Een tweede aanvraag op 9 november 2012 werd eveneens afgewezen wegens ontbreken van loongegevens. Het college stelde dat het recht op bijstand over de periode van 14 september tot 12 november 2012 niet kon worden vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders. Appellant was opgeroepen voor de zitting maar verscheen niet, waardoor de Raad uitging van de beschikbare gegevens. Uit de stukken bleek dat appellant vanaf november 2012 werkzaamheden op de markt verrichtte, maar voor de periode van 14 september tot 1 november 2012 waren er onvoldoende gegevens om het recht op bijstand te ontkennen.
De Raad stelde vast dat het college ten onrechte had geconcludeerd dat het ontbreken van een arbeidscontract en loongegevens het recht op bijstand over die periode uitsloot. Voor de periode na 1 november 2012 kon het recht op bijstand echter niet worden vastgesteld wegens het ontbreken van controleerbare inkomstengegevens. De Raad vernietigde het bestreden besluit voor zover het de periode tot 1 november 2012 betreft, herroept het besluit van 14 september 2012 en kent appellant bijstand toe over die periode. Tevens veroordeelde de Raad het college in de proceskosten.
Uitkomst: Appellant krijgt bijstand toegekend over de periode van 14 september 2012 tot 1 november 2012 wegens onvoldoende bewijs van het college.