ECLI:NL:CRVB:2015:1314
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum kinderbijslag correct vastgesteld ondanks tijdelijke verhuizing kinderen
Appellante kreeg kinderbijslag toegekend met ingang van het derde kwartaal van 2011 voor haar kinderen. Zij betwistte de ingangsdatum omdat de kinderen sinds 18 maart 2011 bij haar wonen, terwijl de Sociale Verzekeringsbank (Svb) dit niet erkende. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De kern van het geschil was of de kinderen op de peildatum 1 april 2011 tot het huishouden van appellante behoorden. De Raad overwoog dat de feitelijke situatie bepalend is, tenzij sprake is van een tijdelijke situatie. De kinderen woonden sinds 18 maart 2011 bij appellante in een time-out periode van acht weken, met een definitieve beslissing pas op 11 mei 2011. Op 18 mei 2011 werden de kinderen officieel ingeschreven op het adres van appellante.
Hieruit volgt dat op 1 april 2011 nog niet vaststond dat de kinderen definitief bij appellante zouden wonen. Daarom was de ingangsdatum van de kinderbijslag correct vastgesteld vanaf het derde kwartaal 2011. De Raad wees ook een verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: De ingangsdatum van de kinderbijslag is correct vastgesteld vanaf het derde kwartaal 2011 omdat op 1 april 2011 de woonsituatie van de kinderen nog niet definitief was.