ECLI:NL:CRVB:2015:132
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling urenbeperking en arbeidsongeschiktheid bij weigering WIA-uitkering
Appellante, laatstelijk werkzaam als schoonmaakster voor 17 uur per week, stopte haar werk vanwege spier-, gewrichts- en later psychische klachten. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en weigerde haar WIA-uitkering. Appellante maakte bezwaar en beroep tegen dit besluit, waarbij medische rapporten en arbeidskundige beoordelingen werden overlegd.
De rechtbank oordeelde dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom geen urenbeperking werd toegepast, maar na nadere onderbouwing met een aanvullend rapport werd geconcludeerd dat de pijnklachten niet objectief konden worden vastgesteld en een urenbeperking niet noodzakelijk was. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit vanwege motiveringsgebrek maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep voerde appellante opnieuw aan dat een urenbeperking noodzakelijk was, onderbouwd met medische stukken na de datum van het besluit. De Raad stelde vast dat deze stukken geen nieuw licht werpen op haar situatie rond de datum in geding en onderschreef de eerdere conclusies van het UWV en de rechtbank.
De Raad bevestigde dat het opnemen van een urenbeperking geen invloed heeft op de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid en dat er voldoende geschikte functies zijn met een belasting van minder dan 20 uur per week. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bestreden besluit wordt bevestigd zonder toepassing van een urenbeperking.