ECLI:NL:CRVB:2010:BN7323
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J. Brand
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks toegenomen klachten
Appellante heeft beroep ingesteld tegen de herziening van haar WAO-uitkering door het UWV, waarbij haar arbeidsongeschiktheid werd verlaagd van 80-100% naar 25-35%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het UWV voldoende en zorgvuldig medisch onderzoek had verricht en dat de beperkingen van appellante juist waren vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het medisch onderzoek onvoldoende was en dat haar klachten, waaronder fibromyalgie en scoliose, niet juist waren meegewogen. Zij stelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat zij de geduide functies kon vervullen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek door de verzekeringsarts zorgvuldig en voldoende was, mede omdat fibromyalgie als diagnose niet ter discussie stond en nader onderzoek niet noodzakelijk was. Ook was geen medische informatie aangevoerd die een zwaardere beperking zou rechtvaardigen. De Raad bevestigde dat appellante met haar beperkingen de geschikte functies kon vervullen.
De Raad concludeerde dat de rechtbank terecht het beroep ongegrond had verklaard en bevestigde het besluit van het UWV. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.