ECLI:NL:CRVB:2015:1356
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.H. Bel
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) maar werd verdacht van het niet juist verstrekken van gegevens over zijn werkzaamheden bij twee restaurants. Na onderzoek door het Regionaal Opsporingsteam Sociale Recherche en het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht bleek dat appellant onvolledige en onjuiste informatie had verstrekt over zijn gewerkte uren en inkomsten.
Het college besloot de bijstand over een bepaalde periode terug te vorderen en de bijstand te verlagen vanwege schending van de inlichtingenverplichting. Appellant voerde aan dat hij had meegewerkt en dat onjuiste gegevens door zijn werkgever waren verstrekt, maar dit werd door de Raad verworpen. De Raad stelde vast dat appellant de urenverantwoordingsstaten had ondertekend en dat deze niet overeenkwamen met de loonstroken en waarnemingen.
De rechtbank had de besluiten van het college bevestigd en ook in hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat het college terecht de bijstand had ingetrokken, teruggevorderd en verlaagd. De Raad benadrukte dat het college bevoegd was tot deze maatregelen en dat appellant geen zelfstandige gronden had aangevoerd tegen de terugvordering. De opgelegde maatregel was in overeenstemming met de gemeentelijke Afstemmingsverordening.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep van appellant af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking, terugvordering en verlaging van de bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting.