ECLI:NL:CRVB:2015:1404
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening WIA-uitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij geen recht heeft op een WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Dit verzoek beoogde het verkrijgen van voorschotten op een WIA-uitkering tijdens de behandeling van het hoger beroep.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om een voorlopige voorziening alleen kan worden toegewezen indien sprake is van onverwijlde spoed en een zwaarwegend belang. Verzoeker stelde dat hij in financiële nood verkeert omdat hij geen inkomsten of vermogen heeft en meerdere schulden heeft. Echter, zijn aanvragen voor bijstand werden afgewezen wegens onvoldoende informatie, met name omtrent het bezit van zeven panden.
De voorzieningenrechter concludeerde dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er een financieel spoedeisend belang bestaat dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Ook werd meegewogen dat de hoofdzaak al op korte termijn zou worden behandeld en dat geen zwaarwegend belang is gebleken om die behandeling af te wachten.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een financieel spoedeisend belang.